 |
Navigatie |
 |
 |
language |
 |
 |
Fight Spam |
 |
|
 |
Er was eens.... |
 |
 |
Tijdens het K&G UnpLUCHT concert van 12 december jl. las Matthijs Kruik een door hem zelf geschreven sprookje voor over K&G en lucht. Omdat de geluidsinstallatie slecht te horen was plaatsen we hier het hele verhaal.
Lang, héél lang geleden, in een land hier ver vandaan, was er eens een koning, genaamd Keng. Zijn volgelingen, welke vaak met vreemde tongval tegen elkaar praatten, werden Kengers genoemd. Keng was zeer geliefd bij zijn volk, niet in de laatste plaats omdat hij regelmatig grote feesten en partijen in zijn luchtkasteel organiseerde, die immer werden opgeluisterd met vrolijke mondorgelmuziek. Ook Keng zelf was een verdienstelijk amateurmondorganist en trad regelmatig op in binnen- én buitenland met het Grote Kengmondorgelorkest, maar dit even terzijde. Daarnaast waren de broodjes gebakken lucht die zijn vrouw altijd serveerde vaak hét onderwerp van gesprek. Het volk van Keng had er zelfs een liedje over gemaakt wat begon met de zin: “de broodjes van de ko-ning-in, die gaan er wel in, wel in, wel in, die gaan er wel in, wel in, wel in…”. Verder werd in het land van Keng geen belasting geheven, want men leefde overwegend van lucht en lucht was volop aanwezig, gratis en van iedereen.
De weinige vrije tijd die Keng had, bracht hij op, laten we zeggen lúchtige wijze door met zijn vrouw. Het zal u dan ook niet verbazen dat er op een dag een klein Kengertje werd geboren. De Jonge Keng, welke voorbestemd was om ooit zelf de troon te zullen bestijgen, gaf al op jeugdige leeftijd blijk van een uitzonderlijke muzikaliteit, maar hierover later meer.
br>
In de loop der jaren raakte het mondorgel in onbruik. Niet veel later vond men in het Luchtledig Universitair MuziekCentrum de trompet uit. De trompet werd gemaakt van koper, een grondstof die kort daarvoor toevallig was ontdekt in de bodem van een buurland. Net als het Grote Kengmondorgelorkest nam hét mondorgelorkest van het buurland elke vier jaar deel aan het Wereld MondorgelConcours. Ze vreesden het Grote Kengmondorgelorkest…
Terug naar de trompet. De trompet produceerde, door het materiaal waarvan hij vervaardigd was, een stuk aangenamer geluid dan het mondorgel en was redelijk eenvoudig te bespelen: de ingeblazen lucht werd door de lippen tot trillen gebracht waardoor een bepaalde toon ontstond. De anderhalve meter lange koperen buis, veel meer was de trompet eigenlijk niet, werd een paar keer opgerold en zodoende gemakkelijker te hanteren. Daarnaast kwam men erachter dat wanneer je een trompet van twee maal anderhalve meter, dus drie meter fabriceerde, de klank wezenlijk veranderde. Een trompet van dat formaat ging men trombone noemen. Op deze wijze ontstond een compleet nieuw instrumentarium. Koning Keng, vernieuwend als hij was en altijd al was geweest, verruilde als een van de eersten mondorgels voor deze nieuwe muziekinstrumenten.
Het kleine Kengertje was inmiddels acht jaar geworden en kreeg van zijn vader een orkest cadeau, het Jonge Kengorkest. Veel vriendjes van de Jonge Keng, géén vriendinnetjes, kwamen musiceren in het Jonge Kengorkest.
Daar de nieuwe muziekinstrumenten nog steeds unpLucht, dus akoestisch waren, was er vooralsnog geen noodzaak om belasting te heffen in het land van Keng. Anders dan in een land aan de andere kant van de oceaan, waar men elektrisch versterkte muziekinstrumenten had uitgevonden, waardoor het milieu ernstig vervuild zou kunnen raken.
Toen de Jonge Keng 16 jaar was geworden, werd hij koning, koning Keng de Tweede. Koning Keng de Eerste stopte met musiceren in het Grote Kengorkest en ging met pensioen. De Jonge Keng nam zijn plekje in het Grote Kengorkest over. Echter, toen Keng de Eerste een aantal jaren thuis had gezeten en veel meer lucht had dan tijdens zijn regeerperiode, begon het bloed toch te kruipen waar het niet kon gaan. Zo erg dat zelfs zijn vrouw hém, die ze in al die jaren nog nooit zóveel had gezien, niet meer kon luchten of zien.
Toen Keng de Tweede hier lucht van kreeg, gaf hij een programmamaker van een of andere commerciële omroep de opdracht een zoektocht te starten naar een muzikale uitlaatklep voor zijn vader: ‘Keng de Tweede zoekt Keng-drie-orkest’, afgekort met ‘K2 zoekt K3’. Binnen luttele dagen kwamen er duizenden aanmeldingen van oud- Grote Kengorkestmuzikanten binnen. Het Keng-drie-orkest was al snel een feit. Hun repertoire was een stuk luchtiger dan dat van het Grote Kengorkest en ze leefden nog lang en… opgelucht!
|
 |
 |
 |
 |
|
 |
Eerstkomende evenementen |
 |
 |
Laatste Wijzigingen |
 |
 |
Login |
 |
|